Dag van vertrek
Vertrek: Aire de Tignée
Aankomst: Wolfegg - Alttan
Aantal km: 680
ROUTE - HVW26 Tignee – landhotel allgauer hof 597
De wekker gaat, 6:00 uur. Wat blijkt: de andere twee zijn al wakker en daar heb ik al wat appjes van ontvangen. Met als belangrijkste boodschap: "ut is druug!"
En jawel, als ik even later zelf ook naar buiten kijk is het eigenlijk prima weer. Bewolkt, met een harde wind, maar droog.
We verzamelen om 8:00 uur langs de Belgische snelweg, bij Tankstation Tignée. Tussen Luik en Verviers, zeg maar.
Dat betekent automatisch dat ik om 7:45 langs tankstation Knuvelkes kom. Daar pik ik BeemerFrenske op, en we rijden gelijk door.
Bij Tignee nemen we dan toch even de tijd om elkaar wat uitgebreider te begroeten. Uiteraard, met een 'knoevelke'.
De rit
Het begint vooral koud. Het heeft eerder geregend, en er valt hier en daar een spatje op ons, maar dat valt eigenlijk reuze mee. Waar we meer last van hebben is de vochtige weg waardoor veel spray opspat. Vooral in België is dat effect heel sterk. En, we rijden snelweg tot aan Sankt Vith.
We weten ook uit ervaring, daar wordt het altijd koud. En jawel, we zien de temperatuur zakken tot 5 graden. Ik ben blij met de handvatverwarming, maar mijn vingertoppen doen er gewoon pijn van!
BeemerFrenske trekt beter toch maar zijn regenpak aan. Al is het maar om de wind wat buiten te houden.
Bij Winterspelt gaan we er even af, en binnendoor rijden we over Pronsfeld en Orlenbach. Alvast de eerste mooie bochtjes van het weekend pakken. Als je er tóch bent, maar gelijk doen ook. Zo rijden we afwisselend binnendoor en snelweg.
Met resultaat: even na 8 uur vertrek, 9 uur de Duitse grens, en even voor 10 al aan de oever van de Moezel!
Langs de Moezel zie ik een tankstation. De Tracer was vanaf vertrek al niet helemaal vol omdat ik van thuis kwam, en met dit weer én snelweg heeft die ook wat meer dorst. Ik besluit te tanken, maar de pomphouder was er niet. Oh ja, het is een feestdag. Welkom in Duitsland, ook geen automaat.
Dan maar het volgende tankstation. En die is langs de snelweg.
Uit gewoonte pak ik Euro98, want dat is E5. (Ze hadden achteraf gezien ook 95 E5). Ik ga betalen, dat is dan 36 euro bitte. Euh, wat??
Maar het klopte wel degelijk. 2,69 voor een litertje. Hmm, volgende keer wat beter opletten!
Gelijk maar even een sanitaire stop, en een kop koffie gaat er ook wel in. De koffie werd hier blijkbaar óók van benzine gemaakt. 5,19 voor een grote koffie, goeiendag zeg! (min 1 euro vanwege het toilet-bonnetje)
Daar is toch dat ene liedje van?
We komen ook langs Spangdahlem, de Amerikaanse vliegbasis. Later, ter hoogte van Kaiserlautern zien we ook de afrit naar die andere bekende vliegbasis: Ramstein. De basis waar de band hun naam, met extra M, vanaf heeft geleid. Op beide basissen zien we deze keer geen activiteit. Sommige vliegtuigen, zoals de C-17 of de nóg grotere C-5 zijn écht indrukwekkend om in actie te zien, maar deze keer dus niets.
Intercom
De intercom is niet alleen praktisch, soms levert het ook gewoon hilariteit op onderweg.
Als we door Waldfischbach-Burgalben rijden zie ik een bord: Maria Rosenberg.
Denk-denk-denk...
Ik: Dat is toch die eh, dinges, daar is toch dat ene liedje van?
Alaskan4x4: ??
Ik: Jazeker!
Alaskan4x4: wat???
Ik: Ich bin wie du!
Alaskan4x4: Ach slimmerik, je bedoelt Marianne Rosenberg!
Oh ja... 😮
(Maria Rosenberg blijkt een bedevaartsoord te zijn, dat overigens op de nominatie staat om per 2026 te worden gesloten door het bisdom. Wist ik ook niet...)
Maar goed, een paar minuten later klinkt het dus opeens:
Alaskan4x4: Justin Bieber!
Ik: Wat? Waar??
Alaskan4x4: Daar op dat bord.
Ik: Welk bord?!
Alaskan4x4 : Daar stond iets over de Biebermühle, en toen dacht ik... Nou ja, vandaar.
Ik: En ik maar denken dat ik aan je muzieksmaak moest gaan twijfelen!
Alaskan4x4: Hoezo, MIJN muzieksmaak? Wie denkt er hier aan Marianne Rosenberg?!
En ik moet zeggen, misschien heeft hij wel een punt...
Pfälzerwald
We rijden via Landstuhl de A62 af tot aan Hermesberg. Dan binnendoor naar de 10 en door het dorpje Hauenstein. Hauenstein is het schoenendorp: schoenenfabrieken, schoenenverkoop, schoenenreparatie.
Levensgrote standbeelden van schoenen.
Ze noemen het zelf de Deutsche Schuhmeile, en er is geen woord van gelogen.
Zo kom je eigenlijk in no-time aan de rand van het Pfälzerwald bij de Weinstraße. Tegen die tijd is het ongeveer half 1, etenstijd dus! Ik weet hier een mooi plekje. En ik had van tevoren al gespiekt: ze zijn vandaag als het goed is vanaf 12 uur open. We moeten wel een klein stukje terug rijden, dus dat telt ook bij de rijtijd op. Maar ik besluit dat het de moeite waard is.
Is dit al de Allgäu?
We gaan naar Siebeldingen. Een klein pittoresk dorpje, typisch voor de Weinstraße. Vakwerkhuisjes, smalle weggetjes, het hoort er allemaal bij. Vervolgens zoek ik nóg kleinere weggetjes op, en achterafweggetjes verboden voor zo'n beetje iedereen behalve bestemmingsverkeer. Het wegdek wordt ook wat slechter...
Ik ben hier al eens geweest, maar dan in de zomer. Alles om ons heen was heet en droog, maar hier hebben ze een prachtige tropische tuin. Een groot terras, en heerlijke Flammkuchen. Want zeg nou zelf: bij de Pfalz en Elzas horen gewoon Flammkuchen, punt. We gaan binnen zitten, en ze hebben gelukkig nog plek.
Ik had het net al over de intercom.
Als je uren aan het rijden bent, wordt er ook hier en daar wat gegrapt. Er komen wat running gags voorbij. In het verleden hebben we wel eens het blauwe huisje gehad, maar dat is een verhaal voor een andere keer. Nu is het telkens een beetje de vraag hoe de gebieden heten waar we ons op dat moment bevinden.
Alaskan4x4: "Nee, dit is pas het Schwarzwald." Even later een wegwijzer. En ja, Freudenstadt is écht nog Schwarzwald.
Het wordt vlakker, glooiender, en meer groene weiden. Is dit dan al de Allgäu?
Maar nee, dit is óók weer iets anders. Als we bij een wandelparkeerplaats stoppen, blijkt het de Schwäbisch Alb te zijn. Dus, nog steeds geen Allgäu...
Die Schwäbisch Alb heeft op onze route overigens best veel dorpjes, met 30 of 40km/h snelheidslimiet, en zo'n beetje 2 flitsers per dorpje. Op een gegeven moment begint dat wel te vervelen, mag je wel zeggen. Het uitzicht is wel mooi, dat dan weer wel.
Allgäu = Alpen in zicht
Tijdens het laatste half uurtje beginnen de Alpen in zicht te komen. Flink besneeuwd ook, waardoor de eerste foto's sowieso mislukken: je ziet de bergen niet tussen de wolken.
Landhotel Allgäuer Hof
Het hotel blijkt groter te zijn dan we eigenlijk hadden verwacht. Tijdens het inchecken proberen we duidelijk te maken dat we graag de kamers willen wisselen. Na elkaar een tijdje niet te hebben begrepen, gaf de receptioniste aan dat we zelf de sleutels maar gewoon moesten omruilen, daar ging zij echt niet wakker van liggen. Tja, zo kan het natuurlijk ook.
Na het inchecken parkeren we de motoren. Netjes in een afgesloten parkeergarage onder het hotel. De receptioniste had haar twijfels of we wel 3 motoren op één plek kwijt konden. Nou ja, een beetje flinke Mercedes had nog ruimte over op die plaatsen, dus dat ging ons echt wel lukken. Zelden zo'n ruime parkeerplekken gezien bij een hotel.
Het restaurant is ruim, en de bediening is charmant. Lieftallige dames in traditionele kleding, maar bovenal: ontzettend goedlachs en vriendelijk. Dat doet gelijk al heel veel. Op sommige dagen kun je ook kiezen voor een menu, maar alle dagen is er sowieso een eetbuffet. En de keuze was daarin reuze, voor ieder wat wils. Daar hebben we dan ook gretig gebruik van gemaakt.
Het gezelschap om ons heen is gemengd. Van senioren tot gezinnetjes. Maar één ding is zeker: wij waren er de enige motorrijders. 🙂
We slapen aan de achterkant. Daar bleek dus wel nog een spoorrail te liggen. Ach, hoe vaak komt er hier nou een trein? Nou: Ieder half uur dus. De laatste om 23:55, en de eerste om 5:55.
De hoofdkussens zijn typisch Duits. Luchtig, slap, dun... Niet echt een ondersteuning dus. Ik vouw mijn vest op en leg dat onder mijn kussen voor wat extra stevigheid. En na de ruwe notities voor mijn verslagje, val ik in slaap.
